Woordenlijst
Leer werkwoorden – Sloveens
gledati
Gleda skozi daljnogled.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
ustaviti
Ženska ustavi avto.
stoppen
De vrouw stopt een auto.
sodelovati pri razmišljanju
Pri kartnih igrah moraš sodelovati pri razmišljanju.
meedenken
Je moet meedenken bij kaartspellen.
govoriti
Politik pred mnogimi študenti govori.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.
odgovoriti
Študent odgovori na vprašanje.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
povoziti
Kolesarja je povozil avto.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
počutiti se
Pogosto se počuti osamljenega.
voelen
Hij voelt zich vaak alleen.
posloviti se
Ženska se poslavlja.
afscheid nemen
De vrouw neemt afscheid.
parkirati
Avtomobili so parkirani v podzemni garaži.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.
postreči
Danes nam bo postregel kar kuhar.
bedienen
De chef bedient ons vandaag zelf.
pozvoniti
Kdo je pozvonil na vrata?
bellen
Wie heeft er aan de deurbel gebeld?