Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
ponoviti godinu
Student je ponovio godinu.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
otkriti
Pomorci su otkrili novu zemlju.
ontdekken
De zeelieden hebben een nieuw land ontdekt.
zaustaviti
Taksiji su se zaustavili na stanici.
arriveren
De taxi’s zijn bij de halte gearriveerd.
ignorisati
Dijete ignoriše riječi svoje majke.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
donijeti
Kurir donosi paket.
brengen
De koerier brengt een pakketje.
objaviti
Izdavač je objavio mnoge knjige.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
visiti
Hamak visi s plafona.
hangen
De hangmat hangt aan het plafond.
trošiti novac
Moramo potrošiti puno novca na popravke.
geld uitgeven
We moeten veel geld uitgeven aan reparaties.
prevazići
Sportisti prevazilaze vodopad.
overwinnen
De atleten overwinnen de waterval.
putovati
Volimo putovati kroz Europu.
reizen
We reizen graag door Europa.
ograničiti
Ograde ograničavaju našu slobodu.
begrenzen
Hekken begrenzen onze vrijheid.