Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/63351650.webp
otkazati
Let je otkazan.
annuleren
De vlucht is geannuleerd.
cms/verbs-webp/113842119.webp
proći
Srednji vijek je prošao.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
cms/verbs-webp/41019722.webp
voziti se
Nakon kupovine, njih dvoje voze se kući.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
cms/verbs-webp/90773403.webp
pratiti
Moj pas me prati kad trčim.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/91147324.webp
nagraditi
On je nagrađen medaljom.
belonen
Hij werd beloond met een medaille.
cms/verbs-webp/117890903.webp
odgovoriti
Ona uvijek prva odgovara.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
cms/verbs-webp/99169546.webp
gledati
Svi gledaju u svoje telefone.
kijken
Iedereen kijkt naar hun telefoons.
cms/verbs-webp/111615154.webp
vratiti
Majka vraća kćerku kući.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
cms/verbs-webp/120086715.webp
završiti
Možeš li završiti slagalicu?
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
cms/verbs-webp/47969540.webp
oslijepiti
Čovjek s bedževima je oslijepio.
blind worden
De man met de badges is blind geworden.
cms/verbs-webp/97784592.webp
obratiti pažnju
Treba obratiti pažnju na saobraćajne znakove.
opletten
Men moet opletten voor de verkeersborden.
cms/verbs-webp/112444566.webp
razgovarati
S njim bi trebao netko razgovarati; tako je usamljen.
praten met
Iemand zou met hem moeten praten; hij is zo eenzaam.