Woordenlijst
Leer werkwoorden – Duits

ignorieren
Das Kind ignoriert die Worte seiner Mutter.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.

vervollständigen
Könnt ihr das Puzzle vervollständigen?
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?

befürchten
Wir befürchten, dass die Person schwer verletzt ist.
vrezen
We vrezen dat de persoon ernstig gewond is.

aufhören
Ab sofort will ich mit dem Rauchen aufhören!
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!

zusammenhängen
Alle Länder auf der Erde hängen miteinander zusammen.
verbonden zijn
Alle landen op aarde zijn met elkaar verbonden.

enthalten
Fisch, Käse und Milch enthalten viel Eiweiß.
bevatten
Vis, kaas en melk bevatten veel eiwitten.

verreisen
Er verreist gerne und hat schon viele Länder gesehen.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.

sitzenbleiben
Der Schüler ist sitzengeblieben
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.

kämpfen
Die Sportler kämpfen gegeneinander.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.

fahnden
Die Polizei fahndet nach dem Täter.
zoeken naar
De politie zoekt naar de dader.

vermissen
Er vermisst seine Freundin sehr.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
