Woordenlijst
Leer werkwoorden – Bosnisch
potvrditi
Mogla je potvrditi dobre vijesti svom mužu.
bevestigen
Ze kon het goede nieuws aan haar man bevestigen.
doručkovati
Radije doručkujemo u krevetu.
ontbijten
We ontbijten het liefst op bed.
vratiti
Pas vraća igračku.
terugbrengen
De hond brengt het speelgoed terug.
podnijeti
Ona jedva podnosi bol!
verdragen
Ze kan de pijn nauwelijks verdragen!
prekriti
Lokvanji prekrivaju vodu.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
trčati prema
Djevojčica trči prema svojoj majci.
toelopen
Het meisje loopt naar haar moeder toe.
znati
Ona zna mnoge knjige gotovo napamet.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
snaći se
Ne mogu se snaći kako da se vratim.
de weg terugvinden
Ik kan de weg terug niet vinden.
zaboraviti
Sada je zaboravila njegovo ime.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
odgovoriti
Ona je odgovorila pitanjem.
antwoorden
Ze antwoordde met een vraag.
zaustaviti
Policajka zaustavlja auto.
stoppen
De agente stopt de auto.