Woordenlijst

Leer werkwoorden – Kroatisch

cms/verbs-webp/90287300.webp
zvoniti
Čujete li zvono kako zvoni?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
cms/verbs-webp/101938684.webp
obaviti
On obavlja popravak.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.
cms/verbs-webp/122224023.webp
pomaknuti
Uskoro ćemo morati sat pomaknuti unazad.
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.
cms/verbs-webp/60111551.webp
uzeti
Mora uzeti puno lijekova.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.
cms/verbs-webp/102136622.webp
povući
On povlači sanjke.
trekken
Hij trekt de slee.
cms/verbs-webp/92612369.webp
parkirati
Bicikli su parkirani ispred kuće.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
cms/verbs-webp/57481685.webp
ponavljati
Student je ponavljao godinu.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.
cms/verbs-webp/109657074.webp
otjerati
Jedan labud otjera drugog.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.
cms/verbs-webp/113136810.webp
otpremiti
Ovaj paket će uskoro biti otpremljen.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
cms/verbs-webp/96628863.webp
štedjeti
Djevojčica štedi svoj džeparac.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
cms/verbs-webp/73880931.webp
čistiti
Radnik čisti prozor.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
cms/verbs-webp/30314729.webp
prestati
Želim prestati pušiti od sada!
stoppen
Ik wil nu stoppen met roken!