Woordenlijst
Leer werkwoorden – Kroatisch

zvoniti
Čujete li zvono kako zvoni?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?

obaviti
On obavlja popravak.
uitvoeren
Hij voert de reparatie uit.

pomaknuti
Uskoro ćemo morati sat pomaknuti unazad.
achteruit zetten
Binnenkort moeten we de klok weer achteruit zetten.

uzeti
Mora uzeti puno lijekova.
nemen
Ze moet veel medicatie nemen.

povući
On povlači sanjke.
trekken
Hij trekt de slee.

parkirati
Bicikli su parkirani ispred kuće.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.

ponavljati
Student je ponavljao godinu.
overdoen
De student heeft een jaar overgedaan.

otjerati
Jedan labud otjera drugog.
wegjagen
De ene zwaan jaagt de andere weg.

otpremiti
Ovaj paket će uskoro biti otpremljen.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.

štedjeti
Djevojčica štedi svoj džeparac.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.

čistiti
Radnik čisti prozor.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
