Woordenlijst

Leer werkwoorden – Portugees (BR)

cms/verbs-webp/92456427.webp
comprar
Eles querem comprar uma casa.
kopen
Ze willen een huis kopen.
cms/verbs-webp/117490230.webp
pedir
Ela pede café da manhã para si mesma.
bestellen
Ze bestelt ontbijt voor zichzelf.
cms/verbs-webp/77738043.webp
começar
Os soldados estão começando.
beginnen
De soldaten beginnen.
cms/verbs-webp/120086715.webp
completar
Você consegue completar o quebra-cabeça?
voltooien
Kun je de puzzel voltooien?
cms/verbs-webp/103232609.webp
exibir
Arte moderna é exibida aqui.
tentoonstellen
Hier wordt moderne kunst tentoongesteld.
cms/verbs-webp/124053323.webp
enviar
Ele está enviando uma carta.
sturen
Hij stuurt een brief.
cms/verbs-webp/113842119.webp
passar
O período medieval já passou.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
cms/verbs-webp/122638846.webp
deixar sem palavras
A surpresa a deixou sem palavras.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
cms/verbs-webp/120900153.webp
sair
As crianças finalmente querem sair.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
cms/verbs-webp/93031355.webp
ousar
Eu não ousaria pular na água.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
cms/verbs-webp/85968175.webp
danificar
Dois carros foram danificados no acidente.
beschadigen
Twee auto’s raakten beschadigd bij het ongeluk.
cms/verbs-webp/96710497.webp
superar
As baleias superam todos os animais em peso.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.