Woordenlijst
Leer werkwoorden – Catalaans
mentir
De vegades cal mentir en una situació d’emergència.
liegen
Soms moet men liegen in een noodsituatie.
passar
Aquí ha passat un accident.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
reduir
Definitivament necessito reduir les meves despeses de calefacció.
verminderen
Ik moet absoluut mijn stookkosten verminderen.
obrir
Pots obrir aquesta llauna si us plau?
openen
Kun je dit blikje voor me openen?
muntar
Ells muntan tan ràpid com poden.
rijden
Ze rijden zo snel als ze kunnen.
demostrar
Ell vol demostrar una fórmula matemàtica.
bewijzen
Hij wil een wiskundige formule bewijzen.
mirar avall
Podia mirar la platja des de la finestra.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
imaginar-se
Ella s’imagina una cosa nova cada dia.
voorstellen
Ze stelt zich elke dag iets nieuws voor.
practicar
La dona practica ioga.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
matar
Ves amb compte, pots matar algú amb aquesta destral!
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
agrair
Ell li va agrair amb flors.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.