Woordenlijst
Leer bijwoorden – Catalaans

a la nit
La lluna brilla a la nit.
‘s nachts
De maan schijnt ‘s nachts.

molt
El nen està molt famolenc.
erg
Het kind is erg hongerig.

lluny
Se‘n duu la presa lluny.
weg
Hij draagt de prooi weg.

gairebé
El dipòsit està gairebé buit.
bijna
De tank is bijna leeg.

demà
Ningú sap què passarà demà.
morgen
Niemand weet wat morgen zal zijn.

massa
La feina se m‘està fent massa pesada.
te veel
Het werk wordt me te veel.

primer
La seguretat ve primer.
eerst
Veiligheid komt eerst.

de nou
Es van trobar de nou.
opnieuw
Ze ontmoetten elkaar opnieuw.

a sobre
Ell puja al terrat i s‘asseu a sobre.
erop
Hij klimt op het dak en zit erop.

mai
Has perdut mai tots els teus diners en accions?
ooit
Heb je ooit al je geld aan aandelen verloren?

mig
El got està mig buit.
half
Het glas is half leeg.
