Woordenlijst
Leer bijwoorden – Noors

i går
Det regnet kraftig i går.
gisteren
Het regende hard gisteren.

for mye
Arbeidet blir for mye for meg.
te veel
Het werk wordt me te veel.

mer
Eldre barn får mer lommepenger.
meer
Oudere kinderen krijgen meer zakgeld.

hvorfor
Barn vil vite hvorfor alt er som det er.
waarom
Kinderen willen weten waarom alles is zoals het is.

alle
Her kan du se alle flaggene i verden.
alle
Hier kun je alle vlaggen van de wereld zien.

like
Disse menneskene er forskjellige, men like optimistiske!
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!

ned
Han faller ned ovenfra.
naar beneden
Hij valt van boven naar beneden.

lenge
Jeg måtte vente lenge i venterommet.
lang
Ik moest lang in de wachtkamer wachten.

også
Venninnen hennes er også full.
ook
Haar vriendin is ook dronken.

litt
Jeg vil ha litt mer.
een beetje
Ik wil een beetje meer.

ute
Vi spiser ute i dag.
buiten
We eten vandaag buiten.
