Woordenlijst
Leer bijwoorden – Noors
der
Målet er der.
daar
Het doel is daar.
alltid
Det var alltid en innsjø her.
altijd
Hier was altijd een meer.
gratis
Solenergi er gratis.
gratis
Zonne-energie is gratis.
nok
Hun vil sove og har fått nok av støyen.
genoeg
Ze wil slapen en heeft genoeg van het lawaai.
i går
Det regnet kraftig i går.
gisteren
Het regende hard gisteren.
virkelig
Kan jeg virkelig tro på det?
echt
Kan ik dat echt geloven?
hele dagen
Moren må jobbe hele dagen.
de hele dag
De moeder moet de hele dag werken.
også
Hunden får også sitte ved bordet.
ook
De hond mag ook aan tafel zitten.
ut
Hun kommer ut av vannet.
uit
Ze komt uit het water.
korrekt
Ordet er ikke stavet korrekt.
correct
Het woord is niet correct gespeld.
like
Disse menneskene er forskjellige, men like optimistiske!
even
Deze mensen zijn verschillend, maar even optimistisch!