Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/100011930.webp
fortelle
Hun forteller henne en hemmelighet.
vertellen
Ze vertelt haar een geheim.
cms/verbs-webp/106725666.webp
sjekke
Han sjekker hvem som bor der.
controleren
Hij controleert wie daar woont.
cms/verbs-webp/107996282.webp
referere
Læreren refererer til eksempelet på tavlen.
verwijzen
De leraar verwijst naar het voorbeeld op het bord.
cms/verbs-webp/46565207.webp
forberede
Hun forberedte ham stor glede.
bereiden
Ze bereidde hem groot plezier.
cms/verbs-webp/82378537.webp
kaste
Disse gamle gummidekkene må kastes separat.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
cms/verbs-webp/101890902.webp
produsere
Vi produserer vår egen honning.
produceren
We produceren onze eigen honing.
cms/verbs-webp/112286562.webp
arbeide
Hun arbeider bedre enn en mann.
werken
Ze werkt beter dan een man.
cms/verbs-webp/5161747.webp
fjerne
Gravemaskinen fjerner jorden.
verwijderen
De graafmachine verwijdert de grond.
cms/verbs-webp/43100258.webp
møte
Noen ganger møtes de i trappa.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
cms/verbs-webp/100466065.webp
utelate
Du kan utelate sukkeret i teen.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
cms/verbs-webp/40632289.webp
prate
Studenter bør ikke prate under timen.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
cms/verbs-webp/123519156.webp
tilbringe
Hun tilbringer all sin fritid utendørs.
doorbrengen
Ze brengt al haar vrije tijd buiten door.