Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/71260439.webp
skrive til
Han skrev til meg forrige uke.
schrijven naar
Hij schreef me vorige week.
cms/verbs-webp/93031355.webp
tørre
Jeg tør ikke hoppe ut i vannet.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
cms/verbs-webp/104820474.webp
høres
Hennes stemme høres fantastisk ut.
klinken
Haar stem klinkt fantastisch.
cms/verbs-webp/108991637.webp
unngå
Hun unngår kollegaen sin.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
cms/verbs-webp/118064351.webp
unngå
Han må unngå nøtter.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
cms/verbs-webp/82604141.webp
kaste bort
Han tråkker på en bortkastet bananskall.
weggooien
Hij stapt op een weggegooide bananenschil.
cms/verbs-webp/100011426.webp
påvirke
La deg ikke påvirkes av andre!
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
cms/verbs-webp/89516822.webp
straffe
Hun straffet datteren sin.
straffen
Ze strafte haar dochter.
cms/verbs-webp/80332176.webp
understreke
Han understreket uttalelsen sin.
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
cms/verbs-webp/119235815.webp
elske
Hun elsker virkelig hesten sin.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
cms/verbs-webp/110045269.webp
fullføre
Han fullfører joggingruta si hver dag.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
cms/verbs-webp/101890902.webp
produsere
Vi produserer vår egen honning.
produceren
We produceren onze eigen honing.