Woordenlijst

Leer werkwoorden – Zweeds

cms/verbs-webp/102136622.webp
dra
Han drar släden.
trekken
Hij trekt de slee.
cms/verbs-webp/89636007.webp
skriva under
Han skrev under kontraktet.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
cms/verbs-webp/108295710.webp
stava
Barnen lär sig stava.
spellen
De kinderen leren spellen.
cms/verbs-webp/120801514.webp
sakna
Jag kommer att sakna dig så mycket!
missen
Ik zal je zo erg missen!
cms/verbs-webp/18473806.webp
få en tur
Vänta, du får din tur snart!
aan de beurt komen
Even wachten, je komt zo aan de beurt!
cms/verbs-webp/61162540.webp
utlösa
Röken utlöste larmet.
activeren
De rook activeerde het alarm.
cms/verbs-webp/87317037.webp
leka
Barnet föredrar att leka ensam.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
cms/verbs-webp/111021565.webp
äcklas
Hon äcklas av spindlar.
walgen van
Ze walgde van spinnen.
cms/verbs-webp/91930542.webp
stoppa
Poliskvinnan stoppar bilen.
stoppen
De agente stopt de auto.
cms/verbs-webp/123211541.webp
snöa
Det snöade mycket idag.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
cms/verbs-webp/104820474.webp
låta
Hennes röst låter fantastiskt.
klinken
Haar stem klinkt fantastisch.
cms/verbs-webp/81986237.webp
blanda
Hon blandar en fruktjuice.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.