Woordenlijst

Leer werkwoorden – Slovaaks

cms/verbs-webp/95655547.webp
pustiť pred seba
Nikto ho nechce pustiť pred seba v rade na pokladni v supermarkete.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
cms/verbs-webp/119417660.webp
veriť
Mnoho ľudí verí v Boha.
geloven
Veel mensen geloven in God.
cms/verbs-webp/4553290.webp
vstúpiť
Loď vstupuje do prístavu.
binnenkomen
Het schip komt de haven binnen.
cms/verbs-webp/118549726.webp
kontrolovať
Zubár kontroluje zuby.
controleren
De tandarts controleert de tanden.
cms/verbs-webp/123298240.webp
stretnúť
Priatelia sa stretli na spoločnej večeri.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.
cms/verbs-webp/80427816.webp
opraviť
Učiteľ opravuje študentské eseje.
corrigeren
De leraar corrigeert de essays van de studenten.
cms/verbs-webp/123953850.webp
zachrániť
Lekárom sa podarilo zachrániť jeho život.
redden
De dokters konden zijn leven redden.
cms/verbs-webp/129403875.webp
zvoniť
Zvonec zvoní každý deň.
rinkelen
De bel rinkelt elke dag.
cms/verbs-webp/90539620.webp
plynúť
Čas niekedy plynie pomaly.
voorbijgaan
De tijd gaat soms langzaam voorbij.
cms/verbs-webp/11497224.webp
odpovedať
Študent odpovedá na otázku.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
cms/verbs-webp/115520617.webp
zraziť
Cyklistu zrazil automobil.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
cms/verbs-webp/63868016.webp
vrátiť
Pes vráti hračku.
terugbrengen
De hond brengt het speelgoed terug.