Woordenlijst

Leer werkwoorden – Italiaans

cms/verbs-webp/97119641.webp
dipingere
La macchina viene dipinta di blu.
schilderen
De auto wordt blauw geschilderd.
cms/verbs-webp/99392849.webp
rimuovere
Come si può rimuovere una macchia di vino rosso?
verwijderen
Hoe kan men een rode wijnvlek verwijderen?
cms/verbs-webp/23258706.webp
sollevare
L’elicottero solleva i due uomini.
optrekken
De helikopter trekt de twee mannen omhoog.
cms/verbs-webp/71883595.webp
ignorare
Il bambino ignora le parole di sua madre.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
cms/verbs-webp/109071401.webp
abbracciare
La madre abbraccia i piccoli piedi del bambino.
omarmen
De moeder omarmt de kleine voetjes van de baby.
cms/verbs-webp/70864457.webp
portare
Il fattorino sta portando il cibo.
brengen
De bezorger brengt het eten.
cms/verbs-webp/57207671.webp
accettare
Non posso cambiare ciò, devo accettarlo.
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
cms/verbs-webp/122010524.webp
intraprendere
Ho intrapreso molti viaggi.
ondernemen
Ik heb veel reizen ondernomen.
cms/verbs-webp/82378537.webp
smaltire
Questi vecchi pneumatici devono essere smaltiti separatamente.
weggooien
Deze oude rubberen banden moeten apart worden weggegooid.
cms/verbs-webp/93697965.webp
girare
Le auto girano in cerchio.
rondrijden
De auto’s rijden in een cirkel rond.
cms/verbs-webp/81025050.webp
combattere
Gli atleti combattono l’uno contro l’altro.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
cms/verbs-webp/116358232.webp
accadere
È accaduto qualcosa di brutto.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.