Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/75195383.webp
esti
Vi ne devus esti malgaja!
zijn
Je moet niet verdrietig zijn!
cms/verbs-webp/46998479.webp
diskuti
Ili diskutas siajn planojn.
bespreken
Ze bespreken hun plannen.
cms/verbs-webp/107852800.webp
rigardi
Ŝi rigardas tra binoklo.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
cms/verbs-webp/74916079.webp
alveni
Li alvenis ĝustatempe.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.
cms/verbs-webp/129235808.webp
aŭskulti
Li ŝatas aŭskulti la ventron de sia graveda edzino.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
cms/verbs-webp/120452848.webp
scii
Ŝi scias multajn librojn preskaŭ memore.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
cms/verbs-webp/116835795.webp
alveni
Multaj homoj alvenas per aŭtokampoveturilo por ferii.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.
cms/verbs-webp/66787660.webp
pentri
Mi volas pentri mian apartamenton.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
cms/verbs-webp/63457415.webp
simpligi
Vi devas simpligi komplikitajn aĵojn por infanoj.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
cms/verbs-webp/118064351.webp
eviti
Li bezonas eviti nuksojn.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
cms/verbs-webp/40477981.webp
koni
Ŝi ne konas elektrecon.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.
cms/verbs-webp/41918279.webp
forkuri
Nia filo volis forkuri el hejmo.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.