Woordenlijst

Leer werkwoorden – Italiaans

cms/verbs-webp/86196611.webp
investire
Purtroppo, molti animali vengono ancora investiti dalle auto.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
cms/verbs-webp/104135921.webp
entrare
Lui entra nella stanza d’albergo.
binnenkomen
Hij komt de hotelkamer binnen.
cms/verbs-webp/75281875.webp
occuparsi di
Il nostro custode si occupa della rimozione della neve.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
cms/verbs-webp/70864457.webp
portare
Il fattorino sta portando il cibo.
brengen
De bezorger brengt het eten.
cms/verbs-webp/84476170.webp
esigere
Ha esigito un risarcimento dalla persona con cui ha avuto un incidente.
eisen
Hij eiste compensatie van de persoon waarmee hij een ongeluk had.
cms/verbs-webp/85623875.webp
studiare
Ci sono molte donne che studiano alla mia università.
studeren
Er studeren veel vrouwen aan mijn universiteit.
cms/verbs-webp/120193381.webp
sposarsi
La coppia si è appena sposata.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
cms/verbs-webp/123947269.webp
monitorare
Qui tutto è monitorato da telecamere.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
cms/verbs-webp/63244437.webp
coprire
Lei copre il suo viso.
bedekken
Ze bedekt haar gezicht.
cms/verbs-webp/42212679.webp
lavorare per
Ha lavorato duramente per i suoi buoni voti.
werken voor
Hij heeft hard gewerkt voor zijn goede cijfers.
cms/verbs-webp/35071619.webp
passare accanto
I due si passano accanto.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
cms/verbs-webp/78309507.webp
ritagliare
Le forme devono essere ritagliate.
uitknippen
De vormen moeten worden uitgeknipt.