Woordenlijst

Leer werkwoorden – Catalaans

cms/verbs-webp/93031355.webp
atrevir-se
No m’atreveixo a saltar a l’aigua.
durven
Ik durf niet in het water te springen.
cms/verbs-webp/79201834.webp
connectar
Aquest pont connecta dos barris.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
cms/verbs-webp/108014576.webp
retrobar-se
Finalment es retroben.
weerzien
Ze zien elkaar eindelijk weer.
cms/verbs-webp/61162540.webp
desencadenar
El fum va desencadenar l’alarma.
activeren
De rook activeerde het alarm.
cms/verbs-webp/121112097.webp
pintar
He pintat un bell quadre per a tu!
schilderen
Ik heb een mooi schilderij voor je geschilderd!
cms/verbs-webp/91442777.webp
trepitjar
No puc trepitjar a terra amb aquest peu.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
cms/verbs-webp/95938550.webp
portar
Vam portar un arbre de Nadal.
meenemen
We hebben een kerstboom meegenomen.
cms/verbs-webp/93221270.webp
perdre’s
Em vaig perdre pel camí.
verdwalen
Ik ben onderweg verdwaald.
cms/verbs-webp/8482344.webp
petonejar
Ell petoneja el nadó.
kussen
Hij kust de baby.
cms/verbs-webp/123170033.webp
declarar-se en fallida
L’empresa probablement es declararà en fallida aviat.
failliet gaan
Het bedrijf gaat waarschijnlijk binnenkort failliet.
cms/verbs-webp/121820740.webp
començar
Els excursionistes van començar d’hora al matí.
beginnen
De wandelaars begonnen vroeg in de ochtend.
cms/verbs-webp/116166076.webp
pagar
Ella paga en línia amb una targeta de crèdit.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.