Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/71883595.webp
ignorere
Barnet ignorerer sin mors ord.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
cms/verbs-webp/73488967.webp
undersøge
Blodprøver undersøges i dette laboratorium.
onderzoeken
Bloedmonsters worden in dit lab onderzocht.
cms/verbs-webp/123237946.webp
ske
En ulykke er sket her.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
cms/verbs-webp/90287300.webp
ringe
Kan du høre klokken ringe?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
cms/verbs-webp/51573459.webp
fremhæve
Du kan fremhæve dine øjne godt med makeup.
benadrukken
Je kunt je ogen goed benadrukken met make-up.
cms/verbs-webp/83636642.webp
slå
Hun slår bolden over nettet.
slaan
Ze slaat de bal over het net.
cms/verbs-webp/116519780.webp
løbe ud
Hun løber ud med de nye sko.
naar buiten rennen
Ze rent met de nieuwe schoenen naar buiten.
cms/verbs-webp/81986237.webp
blande
Hun blander en frugtjuice.
mengen
Ze mengt een vruchtensap.
cms/verbs-webp/116610655.webp
bygge
Hvornår blev Den Kinesiske Mur bygget?
bouwen
Wanneer werd de Chinese Muur gebouwd?
cms/verbs-webp/81025050.webp
kæmpe
Atleterne kæmper mod hinanden.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
cms/verbs-webp/124740761.webp
stoppe
Kvinden stopper en bil.
stoppen
De vrouw stopt een auto.
cms/verbs-webp/122398994.webp
dræbe
Vær forsigtig, du kan dræbe nogen med den økse!
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!