Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
give
The father wants to give his son some extra money.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
share
We need to learn to share our wealth.
delen
We moeten leren onze rijkdom te delen.
hire
The company wants to hire more people.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
need
I’m thirsty, I need water!
nodig hebben
Ik heb dorst, ik heb water nodig!
tell
She tells her a secret.
vertellen
Ze vertelt haar een geheim.
send
He is sending a letter.
sturen
Hij stuurt een brief.
cut to size
The fabric is being cut to size.
op maat snijden
De stof wordt op maat gesneden.
need
You need a jack to change a tire.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
turn
She turns the meat.
draaien
Ze draait het vlees.
endorse
We gladly endorse your idea.
onderschrijven
We onderschrijven graag uw idee.
ride along
May I ride along with you?
meerijden
Mag ik met je meerijden?