Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
give
The father wants to give his son some extra money.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
do for
They want to do something for their health.
doen voor
Ze willen iets voor hun gezondheid doen.
understand
One cannot understand everything about computers.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
kick
They like to kick, but only in table soccer.
schoppen
Ze schoppen graag, maar alleen bij tafelvoetbal.
pass by
The two pass by each other.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
fire
The boss has fired him.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
read
I can’t read without glasses.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.
close
She closes the curtains.
sluiten
Ze sluit de gordijnen.
hope
Many hope for a better future in Europe.
hopen
Velen hopen op een betere toekomst in Europa.
leave to
The owners leave their dogs to me for a walk.
overlaten
De eigenaren laten hun honden aan mij over voor een wandeling.
sleep
The baby sleeps.
slapen
De baby slaapt.