Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
listen
He likes to listen to his pregnant wife’s belly.
luisteren
Hij luistert graag naar de buik van zijn zwangere vrouw.
see clearly
I can see everything clearly through my new glasses.
duidelijk zien
Ik kan alles duidelijk zien door mijn nieuwe bril.
lose
Wait, you’ve lost your wallet!
verliezen
Wacht, je hebt je portemonnee verloren!
repair
He wanted to repair the cable.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
arrive
Many people arrive by camper van on vacation.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.
send
I sent you a message.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
imitate
The child imitates an airplane.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
punish
She punished her daughter.
straffen
Ze strafte haar dochter.
send off
This package will be sent off soon.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
ring
Do you hear the bell ringing?
rinkelen
Hoor je de bel rinkelen?
take part
He is taking part in the race.
deelnemen
Hij neemt deel aan de race.