Woordenlijst
Leer werkwoorden – Portugees (BR)
cobrir
A criança cobre seus ouvidos.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
explorar
Os astronautas querem explorar o espaço sideral.
verkennen
De astronauten willen de ruimte verkennen.
conversar
Os alunos não devem conversar durante a aula.
kletsen
Studenten mogen niet kletsen tijdens de les.
pintar
Ela pintou suas mãos.
schilderen
Ze heeft haar handen geschilderd.
verificar
O mecânico verifica as funções do carro.
controleren
De monteur controleert de functies van de auto.
tributar
As empresas são tributadas de várias maneiras.
belasten
Bedrijven worden op verschillende manieren belast.
responder
Ela sempre responde primeiro.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
esquecer
Ela não quer esquecer o passado.
vergeten
Ze wil het verleden niet vergeten.
perder
Ele perdeu a chance de um gol.
missen
Hij miste de kans op een doelpunt.
beijar
Ele beija o bebê.
kussen
Hij kust de baby.
chegar
Papai finalmente chegou em casa!
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!