Woordenlijst

Leer werkwoorden – Portugees (PT)

cms/verbs-webp/121928809.webp
fortalecer
Ginástica fortalece os músculos.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
cms/verbs-webp/61575526.webp
dar lugar
Muitas casas antigas têm que dar lugar às novas.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
cms/verbs-webp/43532627.webp
viver
Eles vivem em um apartamento compartilhado.
wonen
Ze wonen in een gedeeld appartement.
cms/verbs-webp/113842119.webp
passar
O período medieval já passou.
voorbijgaan
De middeleeuwse periode is voorbijgegaan.
cms/verbs-webp/49374196.webp
demitir
Meu chefe me demitiu.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
cms/verbs-webp/74916079.webp
chegar
Ele chegou na hora certa.
aankomen
Hij kwam net op tijd aan.
cms/verbs-webp/84850955.webp
mudar
Muita coisa mudou devido à mudança climática.
veranderen
Veel is veranderd door klimaatverandering.
cms/verbs-webp/36190839.webp
combater
O corpo de bombeiros combate o fogo pelo ar.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
cms/verbs-webp/114379513.webp
cobrir
Os lírios d‘água cobrem a água.
bedekken
De waterlelies bedekken het water.
cms/verbs-webp/113415844.webp
sair
Muitos ingleses queriam sair da UE.
verlaten
Veel Engelsen wilden de EU verlaten.