Woordenlijst

Leer werkwoorden – Portugees (PT)

cms/verbs-webp/111021565.webp
sentir nojo
Ela sente nojo de aranhas.
walgen van
Ze walgde van spinnen.
cms/verbs-webp/122638846.webp
deixar sem palavras
A surpresa a deixou sem palavras.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
cms/verbs-webp/120128475.webp
pensar
Ela sempre tem que pensar nele.
denken
Ze moet altijd aan hem denken.
cms/verbs-webp/35862456.webp
começar
Uma nova vida começa com o casamento.
beginnen
Een nieuw leven begint met een huwelijk.
cms/verbs-webp/127720613.webp
sentir falta
Ele sente muita falta de sua namorada.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
cms/verbs-webp/89635850.webp
discar
Ela pegou o telefone e discou o número.
draaien
Ze pakte de telefoon en draaide het nummer.
cms/verbs-webp/87317037.webp
brincar
A criança prefere brincar sozinha.
spelen
Het kind speelt liever alleen.
cms/verbs-webp/6307854.webp
chegar
A sorte está chegando até você.
naar je toekomen
Het geluk komt naar je toe.
cms/verbs-webp/74009623.webp
testar
O carro está sendo testado na oficina.
testen
De auto wordt in de werkplaats getest.
cms/verbs-webp/98561398.webp
misturar
O pintor mistura as cores.
mengen
De schilder mengt de kleuren.
cms/verbs-webp/91997551.webp
entender
Não se pode entender tudo sobre computadores.
begrijpen
Men kan niet alles over computers begrijpen.
cms/verbs-webp/40477981.webp
estar familiarizado
Ela não está familiarizada com eletricidade.
bekend zijn met
Ze is niet bekend met elektriciteit.