Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/123947269.webp
overvåge
Alt her overvåges af kameraer.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.
cms/verbs-webp/49374196.webp
fyre
Min chef har fyret mig.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.
cms/verbs-webp/49853662.webp
skrive overalt
Kunstnerne har skrevet over hele væggen.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.
cms/verbs-webp/123211541.webp
sne
Det har sneet meget i dag.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.
cms/verbs-webp/84314162.webp
brede ud
Han breder sine arme ud.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
cms/verbs-webp/108556805.webp
kigge ned
Jeg kunne kigge ned på stranden fra vinduet.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.
cms/verbs-webp/4706191.webp
øve
Kvinden øver yoga.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.
cms/verbs-webp/40326232.webp
forstå
Jeg forstod endelig opgaven!
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
cms/verbs-webp/61575526.webp
vige pladsen
Mange gamle huse skal vige pladsen for de nye.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.
cms/verbs-webp/123298240.webp
møde
Vennerne mødtes til en fælles middag.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.
cms/verbs-webp/55788145.webp
dække
Barnet dækker sine ører.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
cms/verbs-webp/102169451.webp
håndtere
Man skal håndtere problemer.
omgaan
Men moet met problemen omgaan.