Woordenlijst
Leer werkwoorden – Deens

overvåge
Alt her overvåges af kameraer.
monitoren
Alles wordt hier door camera’s gemonitord.

fyre
Min chef har fyret mig.
ontslaan
Mijn baas heeft me ontslagen.

skrive overalt
Kunstnerne har skrevet over hele væggen.
schrijven op
De kunstenaars hebben op de hele muur geschreven.

sne
Det har sneet meget i dag.
sneeuwen
Het heeft vandaag veel gesneeuwd.

brede ud
Han breder sine arme ud.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.

kigge ned
Jeg kunne kigge ned på stranden fra vinduet.
naar beneden kijken
Ik kon vanuit het raam naar het strand beneden kijken.

øve
Kvinden øver yoga.
oefenen
De vrouw beoefent yoga.

forstå
Jeg forstod endelig opgaven!
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!

vige pladsen
Mange gamle huse skal vige pladsen for de nye.
wijken
Veel oude huizen moeten wijken voor de nieuwe.

møde
Vennerne mødtes til en fælles middag.
ontmoeten
De vrienden ontmoetten elkaar voor een gezamenlijk diner.

dække
Barnet dækker sine ører.
bedekken
Het kind bedekt zijn oren.
