Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/35071619.webp
vorbeigehen
Die beiden gehen aneinander vorbei.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
cms/verbs-webp/51465029.webp
nachgehen
Die Uhr geht ein paar Minuten nach.
achterlopen
De klok loopt een paar minuten achter.
cms/verbs-webp/40094762.webp
wecken
Der Wecker weckt sie um 10 Uhr.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
cms/verbs-webp/104818122.webp
reparieren
Er wollte das Kabel reparieren.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cms/verbs-webp/46385710.webp
akzeptieren
Hier werden Kreditkarten akzeptiert.
accepteren
Creditcards worden hier geaccepteerd.
cms/verbs-webp/121870340.webp
rennen
Der Sportler rennt.
rennen
De atleet rent.
cms/verbs-webp/123237946.webp
passieren
Hier ist ein Unfall passiert.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
cms/verbs-webp/102049516.webp
weggehen
Der Mann geht weg.
verlaten
De man vertrekt.
cms/verbs-webp/118567408.webp
meinen
Wer, meinen Sie, ist stärker?
denken
Wie denk je dat sterker is?
cms/verbs-webp/115520617.webp
überfahren
Ein Radfahrer wurde von einem Auto überfahren.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
cms/verbs-webp/123367774.webp
ordnen
Ich muss noch viele Papiere ordnen.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
cms/verbs-webp/87317037.webp
spielen
Das Kind spielt am liebsten alleine.
spelen
Het kind speelt liever alleen.