Woordenlijst

Leer werkwoorden – Noors

cms/verbs-webp/127620690.webp
beskatte
Bedrifter beskattes på forskjellige måter.
belasten
Bedrijven worden op verschillende manieren belast.
cms/verbs-webp/106787202.webp
komme hjem
Pappa har endelig kommet hjem!
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
cms/verbs-webp/114272921.webp
drive
Cowboyene driver kveget med hester.
drijven
De cowboys drijven het vee met paarden.
cms/verbs-webp/116932657.webp
motta
Han mottar en god pensjon i alderdommen.
ontvangen
Hij ontvangt een goed pensioen op oudere leeftijd.
cms/verbs-webp/86064675.webp
skyve
Bilen stoppet og måtte skyves.
duwen
De auto stopte en moest geduwd worden.
cms/verbs-webp/122632517.webp
gå galt
Alt går galt i dag!
misgaan
Alles gaat vandaag mis!
cms/verbs-webp/91367368.webp
gå tur
Familien går tur på søndager.
wandelen
De familie gaat op zondag wandelen.
cms/verbs-webp/8451970.webp
diskutere
Kollegaene diskuterer problemet.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
cms/verbs-webp/81973029.webp
initiere
De vil initiere skilsmissen deres.
initiëren
Ze zullen hun scheiding initiëren.
cms/verbs-webp/96586059.webp
avskjedige
Sjefen har avskjediget ham.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
cms/verbs-webp/72855015.webp
motta
Hun mottok en veldig fin gave.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
cms/verbs-webp/125319888.webp
dekke
Hun dekker håret sitt.
bedekken
Ze bedekt haar haar.