Woordenlijst

Leer werkwoorden – Ests

cms/verbs-webp/32685682.webp
teadma
Laps teab oma vanemate tülist.
bewust zijn van
Het kind is zich bewust van de ruzie van zijn ouders.
cms/verbs-webp/125088246.webp
jäljendama
Laps jäljendab lennukit.
imiteren
Het kind imiteert een vliegtuig.
cms/verbs-webp/101945694.webp
sisse magama
Nad soovivad lõpuks üheks ööks sisse magada.
uitslapen
Ze willen eindelijk eens een nacht uitslapen.
cms/verbs-webp/120452848.webp
teadma
Ta teab paljusid raamatuid peaaegu peast.
kennen
Ze kent veel boeken bijna uit haar hoofd.
cms/verbs-webp/96586059.webp
vallandama
Ülemus on ta vallandanud.
ontslaan
De baas heeft hem ontslagen.
cms/verbs-webp/119747108.webp
sööma
Mida me täna sööma tahame?
eten
Wat willen we vandaag eten?
cms/verbs-webp/117890903.webp
vastama
Ta vastab alati esimesena.
antwoorden
Zij antwoordt altijd eerst.
cms/verbs-webp/53646818.webp
sisse laskma
Väljas sadas lund ja me lasime nad sisse.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
cms/verbs-webp/101765009.webp
saatma
Koer saadab neid.
begeleiden
De hond begeleidt hen.
cms/verbs-webp/101158501.webp
tänama
Ta tänas teda lilledega.
bedanken
Hij bedankte haar met bloemen.
cms/verbs-webp/55372178.webp
edasi jõudma
Teod jõuavad aeglaselt edasi.
vooruitgang boeken
Slakken boeken alleen langzame vooruitgang.
cms/verbs-webp/105238413.webp
säästma
Saate küttekuludelt raha säästa.
besparen
Je kunt geld besparen op verwarming.