Woordenlijst

Leer werkwoorden – Frans

cms/verbs-webp/101556029.webp
refuser
L’enfant refuse sa nourriture.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
cms/verbs-webp/92145325.webp
regarder
Elle regarde à travers un trou.
kijken
Ze kijkt door een gat.
cms/verbs-webp/98060831.webp
éditer
L’éditeur édite ces magazines.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
cms/verbs-webp/60625811.webp
détruire
Les fichiers seront complètement détruits.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.
cms/verbs-webp/40094762.webp
réveiller
Le réveil la réveille à 10h.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
cms/verbs-webp/83661912.webp
préparer
Ils préparent un délicieux repas.
bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.
cms/verbs-webp/112970425.webp
se fâcher
Elle se fâche parce qu’il ronfle toujours.
boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.
cms/verbs-webp/45022787.webp
tuer
Je vais tuer la mouche!
doden
Ik zal de vlieg doden!
cms/verbs-webp/94193521.webp
tourner
Vous pouvez tourner à gauche.
draaien
Je mag naar links draaien.
cms/verbs-webp/103719050.webp
développer
Ils développent une nouvelle stratégie.
ontwikkelen
Ze ontwikkelen een nieuwe strategie.
cms/verbs-webp/46998479.webp
discuter
Ils discutent de leurs plans.
bespreken
Ze bespreken hun plannen.
cms/verbs-webp/78973375.webp
obtenir un arrêt maladie
Il doit obtenir un arrêt maladie du médecin.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.