Woordenlijst
Leer werkwoorden – Frans

refuser
L’enfant refuse sa nourriture.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.

regarder
Elle regarde à travers un trou.
kijken
Ze kijkt door een gat.

éditer
L’éditeur édite ces magazines.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.

détruire
Les fichiers seront complètement détruits.
vernietigen
De bestanden worden volledig vernietigd.

réveiller
Le réveil la réveille à 10h.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.

préparer
Ils préparent un délicieux repas.
bereiden
Ze bereiden een heerlijke maaltijd.

se fâcher
Elle se fâche parce qu’il ronfle toujours.
boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.

tuer
Je vais tuer la mouche!
doden
Ik zal de vlieg doden!

tourner
Vous pouvez tourner à gauche.
draaien
Je mag naar links draaien.

développer
Ils développent une nouvelle stratégie.
ontwikkelen
Ze ontwikkelen een nieuwe strategie.

discuter
Ils discutent de leurs plans.
bespreken
Ze bespreken hun plannen.
