Woordenlijst
Leer werkwoorden – Frans

suivre
Les poussins suivent toujours leur mère.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.

offrir
Elle a offert d’arroser les fleurs.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.

arriver
De nombreuses personnes arrivent en camping-car pour les vacances.
aankomen
Veel mensen komen op vakantie met een camper aan.

rassembler
Le cours de langue rassemble des étudiants du monde entier.
samenbrengen
De taalcursus brengt studenten van over de hele wereld samen.

causer
Trop de gens causent rapidement le chaos.
veroorzaken
Te veel mensen veroorzaken snel chaos.

se regarder
Ils se sont regardés longtemps.
elkaar aankijken
Ze keken elkaar lang aan.

trouver difficile
Tous les deux trouvent difficile de dire au revoir.
moeilijk vinden
Beiden vinden het moeilijk om afscheid te nemen.

finir
Comment avons-nous fini dans cette situation?
terechtkomen
Hoe zijn we in deze situatie terechtgekomen?

couvrir
Elle couvre son visage.
bedekken
Ze bedekt haar gezicht.

s’asseoir
Elle s’assied au bord de la mer au coucher du soleil.
zitten
Ze zit bij de zee tijdens zonsondergang.

appeler
Le garçon appelle aussi fort qu’il peut.
roepen
De jongen roept zo luid als hij kan.
