Woordenlijst

Leer werkwoorden – Frans

cms/verbs-webp/89516822.webp
punir
Elle a puni sa fille.
straffen
Ze strafte haar dochter.
cms/verbs-webp/86215362.webp
envoyer
Cette entreprise envoie des marchandises dans le monde entier.
sturen
Dit bedrijf stuurt goederen over de hele wereld.
cms/verbs-webp/107852800.webp
regarder
Elle regarde à travers des jumelles.
kijken
Ze kijkt door een verrekijker.
cms/verbs-webp/79201834.webp
connecter
Ce pont connecte deux quartiers.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
cms/verbs-webp/118011740.webp
construire
Les enfants construisent une haute tour.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
cms/verbs-webp/123619164.webp
nager
Elle nage régulièrement.
zwemmen
Ze zwemt regelmatig.
cms/verbs-webp/118780425.webp
goûter
Le chef goûte la soupe.
proeven
De chef-kok proeft de soep.
cms/verbs-webp/119895004.webp
écrire
Il écrit une lettre.
schrijven
Hij schrijft een brief.
cms/verbs-webp/110646130.webp
couvrir
Elle a couvert le pain avec du fromage.
bedekken
Ze heeft het brood met kaas bedekt.
cms/verbs-webp/78063066.webp
garder
Je garde mon argent dans ma table de nuit.
bewaren
Ik bewaar mijn geld in mijn nachtkastje.
cms/verbs-webp/94909729.webp
attendre
Nous devons encore attendre un mois.
wachten
We moeten nog een maand wachten.
cms/verbs-webp/50772718.webp
annuler
Le contrat a été annulé.
annuleren
Het contract is geannuleerd.