Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (UK)

cms/verbs-webp/118003321.webp
visit
She is visiting Paris.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
cms/verbs-webp/100011426.webp
influence
Don’t let yourself be influenced by others!
beïnvloeden
Laat je niet door anderen beïnvloeden!
cms/verbs-webp/100466065.webp
leave out
You can leave out the sugar in the tea.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
cms/verbs-webp/91254822.webp
pick
She picked an apple.
plukken
Ze plukte een appel.
cms/verbs-webp/84314162.webp
spread out
He spreads his arms wide.
uitspreiden
Hij spreidt zijn armen wijd uit.
cms/verbs-webp/89636007.webp
sign
He signed the contract.
ondertekenen
Hij ondertekende het contract.
cms/verbs-webp/125402133.webp
touch
He touched her tenderly.
aanraken
Hij raakte haar teder aan.
cms/verbs-webp/111615154.webp
drive back
The mother drives the daughter back home.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
cms/verbs-webp/124046652.webp
come first
Health always comes first!
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!
cms/verbs-webp/105504873.webp
want to leave
She wants to leave her hotel.
willen verlaten
Ze wil haar hotel verlaten.
cms/verbs-webp/27564235.webp
work on
He has to work on all these files.
werken aan
Hij moet aan al deze bestanden werken.
cms/verbs-webp/99592722.webp
form
We form a good team together.
vormen
We vormen samen een goed team.