Woordenlijst

Leer werkwoorden – Esperanto

cms/verbs-webp/68212972.webp
paroli
Kiu scias ion rajtas paroli en la klaso.
opmerken
Wie iets weet, mag in de klas opmerken.
cms/verbs-webp/117284953.webp
elekti
Ŝi elektas novan paron da sunokulvitroj.
uitzoeken
Ze zoekt een nieuwe zonnebril uit.
cms/verbs-webp/8482344.webp
kisi
Li kisas la bebon.
kussen
Hij kust de baby.
cms/verbs-webp/130770778.webp
vojaĝi
Li ŝatas vojaĝi kaj vidis multajn landojn.
reizen
Hij reist graag en heeft veel landen gezien.
cms/verbs-webp/47241989.webp
serĉi
Kion vi ne scias, vi devas serĉi.
opzoeken
Wat je niet weet, moet je opzoeken.
cms/verbs-webp/90032573.webp
scii
La infanoj estas tre scivolemaj kaj jam scias multe.
weten
De kinderen zijn erg nieuwsgierig en weten al veel.
cms/verbs-webp/102731114.webp
eldoni
La eldonisto eldonis multajn librojn.
publiceren
De uitgever heeft veel boeken gepubliceerd.
cms/verbs-webp/120254624.webp
gvidi
Li ĝuas gvidi teamon.
leiden
Hij leidt graag een team.
cms/verbs-webp/32312845.webp
ekskludi
La grupo ekskludas lin.
uitsluiten
De groep sluit hem uit.
cms/verbs-webp/107273862.webp
interkonekti
Ĉiuj landoj sur Tero estas interkonektitaj.
verbonden zijn
Alle landen op aarde zijn met elkaar verbonden.
cms/verbs-webp/109434478.webp
malfermi
La festivalo estis malfermita kun artfajraĵoj.
openen
Het festival werd geopend met vuurwerk.
cms/verbs-webp/119847349.webp
aŭdi
Mi ne povas aŭdi vin!
horen
Ik kan je niet horen!