Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (UK)

cms/verbs-webp/120624757.webp
walk
He likes to walk in the forest.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
cms/verbs-webp/74693823.webp
need
You need a jack to change a tire.
nodig hebben
Je hebt een krik nodig om een band te verwisselen.
cms/verbs-webp/123237946.webp
happen
An accident has happened here.
gebeuren
Hier is een ongeluk gebeurd.
cms/verbs-webp/85860114.webp
go further
You can’t go any further at this point.
verder gaan
Je kunt op dit punt niet verder gaan.
cms/verbs-webp/99602458.webp
restrict
Should trade be restricted?
beperken
Moet handel worden beperkt?
cms/verbs-webp/11579442.webp
throw to
They throw the ball to each other.
gooien naar
Ze gooien de bal naar elkaar.
cms/verbs-webp/33493362.webp
call back
Please call me back tomorrow.
terugbellen
Bel me morgen alstublieft terug.
cms/verbs-webp/115373990.webp
appear
A huge fish suddenly appeared in the water.
verschijnen
Er verscheen plotseling een grote vis in het water.
cms/verbs-webp/92456427.webp
buy
They want to buy a house.
kopen
Ze willen een huis kopen.
cms/verbs-webp/79322446.webp
introduce
He is introducing his new girlfriend to his parents.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
cms/verbs-webp/102327719.webp
sleep
The baby sleeps.
slapen
De baby slaapt.
cms/verbs-webp/88615590.webp
describe
How can one describe colors?
beschrijven
Hoe kun je kleuren beschrijven?