Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (US)
listen
He is listening to her.
luisteren
Hij luistert naar haar.
leave
The man leaves.
verlaten
De man vertrekt.
underline
He underlined his statement.
onderstrepen
Hij onderstreepte zijn uitspraak.
command
He commands his dog.
bevelen
Hij beveelt zijn hond.
let through
Should refugees be let through at the borders?
doorlaten
Moeten vluchtelingen aan de grenzen worden doorgelaten?
offer
She offered to water the flowers.
aanbieden
Ze bood aan de bloemen water te geven.
cancel
The contract has been canceled.
annuleren
Het contract is geannuleerd.
accept
I can’t change that, I have to accept it.
accepteren
Ik kan dat niet veranderen, ik moet het accepteren.
go
Where did the lake that was here go?
gaan
Waar is het meer dat hier was heengegaan?
answer
The student answers the question.
antwoorden
De student beantwoordt de vraag.
push
They push the man into the water.
duwen
Ze duwen de man het water in.