Woordenlijst
Leer werkwoorden – Engels (UK)
eat
What do we want to eat today?
eten
Wat willen we vandaag eten?
think
You have to think a lot in chess.
denken
Je moet veel denken bij schaken.
tell
I have something important to tell you.
vertellen
Ik heb iets belangrijks te vertellen.
run after
The mother runs after her son.
achterna rennen
De moeder rent achter haar zoon aan.
come together
It’s nice when two people come together.
samenkomen
Het is fijn als twee mensen samenkomen.
explore
Humans want to explore Mars.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
ignore
The child ignores his mother’s words.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
come closer
The snails are coming closer to each other.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
remind
The computer reminds me of my appointments.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
mean
What does this coat of arms on the floor mean?
betekenen
Wat betekent dit wapenschild op de vloer?
park
The cars are parked in the underground garage.
parkeren
De auto’s staan in de ondergrondse garage geparkeerd.