Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/91442777.webp
stati na
Ne mogu stati na tlo s ovom nogom.
stappen op
Ik kan met deze voet niet op de grond stappen.
cms/verbs-webp/83776307.webp
seliti se
Moj nećak se seli.
verhuizen
Mijn neefje gaat verhuizen.
cms/verbs-webp/21689310.webp
pozvati
Moj učitelj me često poziva.
aanspreken
Mijn leraar spreekt me vaak aan.
cms/verbs-webp/81740345.webp
sažeti
Trebate sažeti ključne tačke iz ovog teksta.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.
cms/verbs-webp/108218979.webp
morati
Ovdje mora sići.
moeten
Hij moet hier uitstappen.
cms/verbs-webp/118765727.webp
opteretiti
Uredski posao je jako opterećuje.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
cms/verbs-webp/40094762.webp
buditi
Budilnik je budi u 10 sati.
wekken
De wekker wekt haar om 10 uur ’s ochtends.
cms/verbs-webp/120900153.webp
izaći
Djeca napokon žele izaći van.
uitgaan
De kinderen willen eindelijk naar buiten.
cms/verbs-webp/61826744.webp
stvoriti
Ko je stvorio Zemlju?
creëren
Wie heeft de aarde gecreëerd?
cms/verbs-webp/108991637.webp
izbjeći
Ona izbjegava svoju kolegicu.
vermijden
Ze vermijdt haar collega.
cms/verbs-webp/119235815.webp
voljeti
Stvarno voli svog konja.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
cms/verbs-webp/120515454.webp
hraniti
Djeca hrane konja.
voeden
De kinderen voeden het paard.