Woordenlijst

Leer werkwoorden – Bosnisch

cms/verbs-webp/8451970.webp
raspravljati
Kolege raspravljaju o problemu.
bespreken
De collega’s bespreken het probleem.
cms/verbs-webp/101556029.webp
odbiti
Dijete odbija svoju hranu.
weigeren
Het kind weigert zijn eten.
cms/verbs-webp/79201834.webp
povezati
Ovaj most povezuje dvije četvrti.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
cms/verbs-webp/85677113.webp
koristiti
Ona svakodnevno koristi kozmetičke proizvode.
gebruiken
Ze gebruikt dagelijks cosmetische producten.
cms/verbs-webp/99769691.webp
proći pored
Vlak prolazi pored nas.
voorbijgaan
De trein gaat aan ons voorbij.
cms/verbs-webp/14606062.webp
imati pravo
Starije osobe imaju pravo na penziju.
recht hebben op
Ouderen hebben recht op een pensioen.
cms/verbs-webp/82845015.webp
prijaviti se
Svi na brodu prijavljuju se kapetanu.
melden
Iedereen aan boord meldt zich bij de kapitein.
cms/verbs-webp/40326232.webp
razumjeti
Napokon sam razumio zadatak!
begrijpen
Ik begreep eindelijk de taak!
cms/verbs-webp/119188213.webp
glasati
Glasaci danas glasaju o svojoj budućnosti.
stemmen
De kiezers stemmen vandaag over hun toekomst.
cms/verbs-webp/75281875.webp
brinuti se
Naš domar se brine za čišćenje snijega.
zorgen voor
Onze conciërge zorgt voor de sneeuwruiming.
cms/verbs-webp/117658590.webp
izumrijeti
Mnoge životinje su izumrle danas.
uitsterven
Veel dieren zijn vandaag uitgestorven.
cms/verbs-webp/110056418.webp
držati govor
Politikar drži govor pred mnogim studentima.
een toespraak houden
De politicus houdt een toespraak voor veel studenten.