Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/108118259.webp
entfallen
Ihr ist jetzt sein Name entfallen.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.
cms/verbs-webp/127720613.webp
vermissen
Er vermisst seine Freundin sehr.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
cms/verbs-webp/90773403.webp
folgen
Mein Hund folgt mir, wenn ich jogge.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.
cms/verbs-webp/98060831.webp
herausgeben
Der Verlag gibt diese Zeitschriften heraus.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.
cms/verbs-webp/32685682.webp
mitbekommen
Das Kind bekommt den Streit seiner Eltern mit.
bewust zijn van
Het kind is zich bewust van de ruzie van zijn ouders.
cms/verbs-webp/79201834.webp
verbinden
Diese Brücke verbindet zwei Stadtteile.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.
cms/verbs-webp/93169145.webp
reden
Er redet zu seinen Zuhörern.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
cms/verbs-webp/81236678.webp
versäumen
Sie hat einen wichtigen Termin versäumt.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
cms/verbs-webp/43100258.webp
zusammentreffen
Manchmal treffen sie im Treppenhaus zusammen.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.
cms/verbs-webp/109099922.webp
erinnern
Der Computer erinnert mich an meine Termine.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.
cms/verbs-webp/68435277.webp
kommen
Es freut mich, dass Sie gekommen sind!
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
cms/verbs-webp/107299405.webp
bitten
Er bittet sie um Verzeihung.
vragen
Hij vraagt haar om vergeving.