Woordenlijst
Leer werkwoorden – Duits

entfallen
Ihr ist jetzt sein Name entfallen.
vergeten
Ze is nu zijn naam vergeten.

vermissen
Er vermisst seine Freundin sehr.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.

folgen
Mein Hund folgt mir, wenn ich jogge.
volgen
Mijn hond volgt me als ik jog.

herausgeben
Der Verlag gibt diese Zeitschriften heraus.
uitgeven
De uitgever geeft deze tijdschriften uit.

mitbekommen
Das Kind bekommt den Streit seiner Eltern mit.
bewust zijn van
Het kind is zich bewust van de ruzie van zijn ouders.

verbinden
Diese Brücke verbindet zwei Stadtteile.
verbinden
Deze brug verbindt twee wijken.

reden
Er redet zu seinen Zuhörern.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.

versäumen
Sie hat einen wichtigen Termin versäumt.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.

zusammentreffen
Manchmal treffen sie im Treppenhaus zusammen.
ontmoeten
Soms ontmoeten ze elkaar in het trappenhuis.

erinnern
Der Computer erinnert mich an meine Termine.
herinneren
De computer herinnert me aan mijn afspraken.

kommen
Es freut mich, dass Sie gekommen sind!
komen
Ik ben blij dat je bent gekomen!
