Woordenlijst
Leer werkwoorden – Duits

belassen
Die Natur wurde unberührt belassen.
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.

streichen
Ich will meine Wohnung streichen.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.

vorlassen
Niemand will ihn an der Kasse im Supermarkt vorlassen.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.

hören
Ich kann dich nicht hören!
horen
Ik kan je niet horen!

hinausziehen
Wie soll er nur diesen dicken Fisch hinausziehen?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?

totschlagen
Ich werde die Fliege totschlagen!
doden
Ik zal de vlieg doden!

liebhaben
Sie hat ihr Pferd sehr lieb.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.

ausüben
Sie übt einen ungewöhnlichen Beruf aus.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.

vorschlagen
Die Frau schlägt ihrer Freundin etwas vor.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.

fordern
Er fordert Schadensersatz.
eisen
Hij eist compensatie.

besichtigen
Sie besichtigt Paris.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
