Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/106997420.webp
belassen
Die Natur wurde unberührt belassen.
onaangeroerd laten
De natuur werd onaangeroerd gelaten.
cms/verbs-webp/66787660.webp
streichen
Ich will meine Wohnung streichen.
schilderen
Ik wil mijn appartement schilderen.
cms/verbs-webp/95655547.webp
vorlassen
Niemand will ihn an der Kasse im Supermarkt vorlassen.
voor laten
Niemand wil hem voor laten gaan bij de kassa van de supermarkt.
cms/verbs-webp/119847349.webp
hören
Ich kann dich nicht hören!
horen
Ik kan je niet horen!
cms/verbs-webp/120870752.webp
hinausziehen
Wie soll er nur diesen dicken Fisch hinausziehen?
trekken
Hoe gaat hij die grote vis eruit trekken?
cms/verbs-webp/45022787.webp
totschlagen
Ich werde die Fliege totschlagen!
doden
Ik zal de vlieg doden!
cms/verbs-webp/119235815.webp
liebhaben
Sie hat ihr Pferd sehr lieb.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
cms/verbs-webp/859238.webp
ausüben
Sie übt einen ungewöhnlichen Beruf aus.
uitoefenen
Ze oefent een ongewoon beroep uit.
cms/verbs-webp/34725682.webp
vorschlagen
Die Frau schlägt ihrer Freundin etwas vor.
voorstellen
De vrouw stelt iets voor aan haar vriendin.
cms/verbs-webp/58292283.webp
fordern
Er fordert Schadensersatz.
eisen
Hij eist compensatie.
cms/verbs-webp/118003321.webp
besichtigen
Sie besichtigt Paris.
bezoeken
Ze bezoekt Parijs.
cms/verbs-webp/106591766.webp
genügen
Ein Salat genügt mir zum Mittagessen.
genoeg zijn
Een salade is voor mij genoeg voor de lunch.