Woordenlijst

Leer werkwoorden – Frans

cms/verbs-webp/86196611.webp
renverser
Malheureusement, beaucoup d’animaux sont encore renversés par des voitures.
overrijden
Helaas worden er nog veel dieren overreden door auto’s.
cms/verbs-webp/122470941.webp
envoyer
Je t’ai envoyé un message.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
cms/verbs-webp/66441956.webp
écrire
Vous devez écrire le mot de passe!
opschrijven
Je moet het wachtwoord opschrijven!
cms/verbs-webp/853759.webp
liquider
La marchandise est en liquidation.
uitverkopen
De koopwaar wordt uitverkocht.
cms/verbs-webp/125319888.webp
couvrir
Elle couvre ses cheveux.
bedekken
Ze bedekt haar haar.
cms/verbs-webp/119952533.webp
goûter
Ça a vraiment bon goût!
smaken
Dit smaakt echt goed!
cms/verbs-webp/129203514.webp
discuter
Il discute souvent avec son voisin.
kletsen
Hij kletst vaak met zijn buurman.
cms/verbs-webp/110045269.webp
terminer
Il termine son parcours de jogging chaque jour.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
cms/verbs-webp/70864457.webp
apporter
Le livreur apporte la nourriture.
brengen
De bezorger brengt het eten.
cms/verbs-webp/71991676.webp
laisser
Ils ont accidentellement laissé leur enfant à la gare.
achterlaten
Ze hebben hun kind per ongeluk op het station achtergelaten.
cms/verbs-webp/58292283.webp
exiger
Il exige une indemnisation.
eisen
Hij eist compensatie.
cms/verbs-webp/1502512.webp
lire
Je ne peux pas lire sans lunettes.
lezen
Ik kan niet zonder bril lezen.