Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/33564476.webp
levere
Pizzabudet leverer pizzaen.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
cms/verbs-webp/90554206.webp
rapportere
Hun rapporterer skandalen til sin veninde.
melden
Ze meldt het schandaal aan haar vriendin.
cms/verbs-webp/54608740.webp
luge ud
Ukrudt skal luges ud.
verwijderen
Onkruid moet verwijderd worden.
cms/verbs-webp/118253410.webp
bruge
Hun brugte alle sine penge.
uitgeven
Ze heeft al haar geld uitgegeven.
cms/verbs-webp/104818122.webp
reparere
Han ville reparere kablet.
repareren
Hij wilde de kabel repareren.
cms/verbs-webp/63457415.webp
forenkle
Man skal forenkle komplicerede ting for børn.
vereenvoudigen
Je moet ingewikkelde dingen voor kinderen vereenvoudigen.
cms/verbs-webp/80325151.webp
fuldføre
De har fuldført den svære opgave.
voltooien
Ze hebben de moeilijke taak voltooid.
cms/verbs-webp/112970425.webp
blive ked af det
Hun bliver ked af det, fordi han altid snorker.
boos worden
Ze wordt boos omdat hij altijd snurkt.
cms/verbs-webp/72855015.webp
modtage
Hun modtog en meget flot gave.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
cms/verbs-webp/92612369.webp
parkere
Cyklerne er parkeret foran huset.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
cms/verbs-webp/118588204.webp
vente
Hun venter på bussen.
wachten
Ze wacht op de bus.
cms/verbs-webp/116166076.webp
betale
Hun betaler online med et kreditkort.
betalen
Ze betaalt online met een creditcard.