Woordenlijst

Leer werkwoorden – Deens

cms/verbs-webp/106665920.webp
føle
Moderen føler stor kærlighed for sit barn.
voelen
De moeder voelt veel liefde voor haar kind.
cms/verbs-webp/63645950.webp
løbe
Hun løber hver morgen på stranden.
rennen
Ze rent elke ochtend op het strand.
cms/verbs-webp/71883595.webp
ignorere
Barnet ignorerer sin mors ord.
negeren
Het kind negeert de woorden van zijn moeder.
cms/verbs-webp/122398994.webp
dræbe
Vær forsigtig, du kan dræbe nogen med den økse!
doden
Pas op, je kunt iemand doden met die bijl!
cms/verbs-webp/122470941.webp
sende
Jeg sendte dig en besked.
sturen
Ik heb je een bericht gestuurd.
cms/verbs-webp/130814457.webp
tilføje
Hun tilføjer noget mælk til kaffen.
toevoegen
Ze voegt wat melk toe aan de koffie.
cms/verbs-webp/92612369.webp
parkere
Cyklerne er parkeret foran huset.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
cms/verbs-webp/119289508.webp
beholde
Du kan beholde pengene.
houden
Je mag het geld houden.
cms/verbs-webp/119379907.webp
gætte
Du skal gætte hvem jeg er!
raden
Je moet raden wie ik ben!
cms/verbs-webp/127720613.webp
savne
Han savner sin kæreste meget.
missen
Hij mist zijn vriendin erg.
cms/verbs-webp/85010406.webp
springe over
Atleten skal springe over forhindringen.
overspringen
De atleet moet over het obstakel springen.
cms/verbs-webp/106725666.webp
tjekke
Han tjekker, hvem der bor der.
controleren
Hij controleert wie daar woont.