Woordenlijst

Leer werkwoorden – Spaans

cms/verbs-webp/73649332.webp
gritar
Si quieres que te escuchen, tienes que gritar tu mensaje en voz alta.
schreeuwen
Als je gehoord wilt worden, moet je je boodschap luid schreeuwen.
cms/verbs-webp/93169145.webp
hablar
Él habla a su audiencia.
spreken
Hij spreekt tot zijn publiek.
cms/verbs-webp/78073084.webp
acostarse
Estaban cansados y se acostaron.
liggen
Ze waren moe en gingen liggen.
cms/verbs-webp/102168061.webp
protestar
La gente protesta contra la injusticia.
protesteren
Mensen protesteren tegen onrecht.
cms/verbs-webp/77572541.webp
quitar
El artesano quitó las baldosas viejas.
verwijderen
De vakman heeft de oude tegels verwijderd.
cms/verbs-webp/116358232.webp
suceder
Algo malo ha sucedido.
gebeuren
Er is iets ergs gebeurd.
cms/verbs-webp/96710497.webp
superar
Las ballenas superan a todos los animales en peso.
overtreffen
Walvissen overtreffen alle dieren in gewicht.
cms/verbs-webp/79322446.webp
presentar
Él está presentando a su nueva novia a sus padres.
voorstellen
Hij stelt zijn nieuwe vriendin voor aan zijn ouders.
cms/verbs-webp/73880931.webp
limpiar
El trabajador está limpiando la ventana.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
cms/verbs-webp/96628863.webp
ahorrar
La niña está ahorrando su dinero de bolsillo.
sparen
Het meisje spaart haar zakgeld.
cms/verbs-webp/38296612.webp
existir
Los dinosaurios ya no existen hoy en día.
bestaan
Dinosaurussen bestaan tegenwoordig niet meer.
cms/verbs-webp/81740345.webp
resumir
Necesitas resumir los puntos clave de este texto.
samenvatten
Je moet de belangrijkste punten uit deze tekst samenvatten.