Woordenlijst
Leer werkwoorden – Duits

meinen
Wer, meinen Sie, ist stärker?
denken
Wie denk je dat sterker is?

verschwenden
Man sollte Energie nicht verschwenden.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.

arbeiten
Sie arbeitet besser als ein Mann.
werken
Ze werkt beter dan een man.

verheiraten
Minderjährige dürfen nicht verheiratet werden.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.

einstellen
Die Firma will mehr Leute einstellen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.

vorbeigehen
Die beiden gehen aneinander vorbei.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.

ordnen
Ich muss noch viele Papiere ordnen.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.

zurückfahren
Die Mutter fährt die Tochter nach Hause zurück.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.

versäumen
Sie hat einen wichtigen Termin versäumt.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.

herausspringen
Der Fisch springt aus dem Wasser heraus.
uitspringen
De vis springt uit het water.

einschränken
Während einer Diät muss man sein Essen einschränken.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
