Woordenlijst

Leer werkwoorden – Duits

cms/verbs-webp/118567408.webp
meinen
Wer, meinen Sie, ist stärker?
denken
Wie denk je dat sterker is?
cms/verbs-webp/132305688.webp
verschwenden
Man sollte Energie nicht verschwenden.
verspillen
Energie mag niet verspild worden.
cms/verbs-webp/112286562.webp
arbeiten
Sie arbeitet besser als ein Mann.
werken
Ze werkt beter dan een man.
cms/verbs-webp/131098316.webp
verheiraten
Minderjährige dürfen nicht verheiratet werden.
trouwen
Minderjarigen mogen niet trouwen.
cms/verbs-webp/103797145.webp
einstellen
Die Firma will mehr Leute einstellen.
aannemen
Het bedrijf wil meer mensen aannemen.
cms/verbs-webp/35071619.webp
vorbeigehen
Die beiden gehen aneinander vorbei.
voorbijgaan
De twee lopen elkaar voorbij.
cms/verbs-webp/123367774.webp
ordnen
Ich muss noch viele Papiere ordnen.
sorteren
Ik heb nog veel papieren te sorteren.
cms/verbs-webp/111615154.webp
zurückfahren
Die Mutter fährt die Tochter nach Hause zurück.
terugrijden
De moeder rijdt met de dochter terug naar huis.
cms/verbs-webp/81236678.webp
versäumen
Sie hat einen wichtigen Termin versäumt.
missen
Ze heeft een belangrijke afspraak gemist.
cms/verbs-webp/61245658.webp
herausspringen
Der Fisch springt aus dem Wasser heraus.
uitspringen
De vis springt uit het water.
cms/verbs-webp/129244598.webp
einschränken
Während einer Diät muss man sein Essen einschränken.
beperken
Tijdens een dieet moet je je voedselinname beperken.
cms/verbs-webp/100466065.webp
weglassen
Du kannst den Zucker im Tee weglassen.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.