Woordenlijst

Leer werkwoorden – Engels (UK)

cms/verbs-webp/119379907.webp
guess
You have to guess who I am!
raden
Je moet raden wie ik ben!
cms/verbs-webp/72855015.webp
receive
She received a very nice gift.
ontvangen
Ze ontving een heel mooi cadeau.
cms/verbs-webp/32796938.webp
send off
She wants to send the letter off now.
versturen
Ze wil de brief nu versturen.
cms/verbs-webp/120624757.webp
walk
He likes to walk in the forest.
wandelen
Hij wandelt graag in het bos.
cms/verbs-webp/121670222.webp
follow
The chicks always follow their mother.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
cms/verbs-webp/110045269.webp
complete
He completes his jogging route every day.
voltooien
Hij voltooit elke dag zijn jogroute.
cms/verbs-webp/120193381.webp
marry
The couple has just gotten married.
trouwen
Het stel is net getrouwd.
cms/verbs-webp/80325151.webp
complete
They have completed the difficult task.
voltooien
Ze hebben de moeilijke taak voltooid.
cms/verbs-webp/81025050.webp
fight
The athletes fight against each other.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.
cms/verbs-webp/100011930.webp
tell
She tells her a secret.
vertellen
Ze vertelt haar een geheim.
cms/verbs-webp/73880931.webp
clean
The worker is cleaning the window.
schoonmaken
De werker maakt het raam schoon.
cms/verbs-webp/124046652.webp
come first
Health always comes first!
voorgaan
Gezondheid gaat altijd voor!