Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
parkovat
Kola jsou zaparkována před domem.
parkeren
De fietsen staan voor het huis geparkeerd.
projet
Auto projíždí stromem.
doorrijden
De auto rijdt door een boom.
kopnout
V bojových uměních musíte umět dobře kopnout.
schoppen
In vechtsporten moet je goed kunnen schoppen.
posílit
Gymnastika posiluje svaly.
versterken
Gymnastiek versterkt de spieren.
odeslat
Tento balík bude brzy odeslán.
versturen
Dit pakket wordt binnenkort verstuurd.
stavět
Děti staví vysokou věž.
bouwen
De kinderen bouwen een hoge toren.
všímat si
Musíš si všímat dopravních značek.
opletten
Men moet opletten voor de verkeerstekens.
kritizovat
Šéf kritizuje zaměstnance.
bekritiseren
De baas bekritiseert de werknemer.
konat se
Pohřeb se konal předevčírem.
plaatsvinden
De begrafenis vond eergisteren plaats.
najmout
Uchazeč byl najat.
aannemen
De sollicitant werd aangenomen.
starat se
Náš syn se o své nové auto velmi dobře stará.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.