Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
milovat
Opravdu miluje svého koně.
houden van
Ze houdt echt veel van haar paard.
vynechat
V čaji můžete vynechat cukr.
weglaten
Je kunt de suiker in de thee weglaten.
utéct
Náš syn chtěl utéct z domu.
weglopen
Onze zoon wilde van huis weglopen.
zkoumat
Lidé chtějí zkoumat Mars.
verkennen
Mensen willen Mars verkennen.
běžet
Atlet běží.
rennen
De atleet rent.
zastat se
Dva přátelé vždy chtějí zastat jeden druhého.
opkomen voor
De twee vrienden willen altijd voor elkaar opkomen.
zastavit se
Lékaři se u pacienta zastavují každý den.
langskomen
De artsen komen elke dag bij de patiënt langs.
poškodit
V nehodě byly poškozeny dva automobily.
beschadigen
Twee auto’s raakten beschadigd bij het ongeluk.
míchat
Různé ingredience je třeba míchat.
mengen
Verschillende ingrediënten moeten worden gemengd.
starat se
Náš syn se o své nové auto velmi dobře stará.
zorgen voor
Onze zoon zorgt heel goed voor zijn nieuwe auto.
chránit
Helma má chránit před nehodami.
beschermen
Een helm moet tegen ongelukken beschermen.