Woordenlijst
Leer werkwoorden – Tsjechisch
vyhnout se
Musí se vyhnout ořechům.
vermijden
Hij moet noten vermijden.
věřit
Mnoho lidí věří v Boha.
geloven
Veel mensen geloven in God.
přejet
Cyklista byl přejet autem.
aanrijden
Een fietser werd aangereden door een auto.
dát
Otec chce svému synovi dát nějaké peníze navíc.
geven
De vader wil zijn zoon wat extra geld geven.
pustit dovnitř
Venku sněžilo a my je pustili dovnitř.
binnenlaten
Buiten sneeuwde het en we lieten ze binnen.
produkovat
S roboty lze produkovat levněji.
produceren
Men kan goedkoper produceren met robots.
bojovat
Hasiči bojují s ohněm ze vzduchu.
bestrijden
De brandweer bestrijdt het vuur vanuit de lucht.
následovat
Kuřátka vždy následují svou matku.
volgen
De kuikens volgen altijd hun moeder.
dovézt
Po nákupu oba dovezou domů.
naar huis rijden
Na het winkelen rijden de twee naar huis.
aktualizovat
V dnešní době musíte neustále aktualizovat své znalosti.
updaten
Tegenwoordig moet je je kennis voortdurend updaten.
poslouchat
Děti rády poslouchají její příběhy.
luisteren naar
De kinderen luisteren graag naar haar verhalen.