Woordenlijst

Leer werkwoorden – Tsjechisch

cms/verbs-webp/118765727.webp
zatěžovat
Kancelářská práce ji hodně zatěžuje.
belasten
Kantoorwerk belast haar erg.
cms/verbs-webp/79046155.webp
opakovat
Můžeš to prosím opakovat?
herhalen
Kun je dat alstublieft herhalen?
cms/verbs-webp/61162540.webp
spustit
Kouř spustil poplach.
activeren
De rook activeerde het alarm.
cms/verbs-webp/33564476.webp
přinést
Rozvozce pizzy přiveze pizzu.
bezorgen
De pizzabezorger bezorgt de pizza.
cms/verbs-webp/96476544.webp
stanovit
Termín se stanovuje.
vaststellen
De datum wordt vastgesteld.
cms/verbs-webp/75001292.webp
odjet
Když se světla změnila, auta odjela.
wegrijden
Toen het licht veranderde, reden de auto’s weg.
cms/verbs-webp/68779174.webp
zastupovat
Advokáti zastupují své klienty u soudu.
vertegenwoordigen
Advocaten vertegenwoordigen hun cliënten in de rechtbank.
cms/verbs-webp/78973375.webp
vzít neschopenku
Musí si vzít neschopenku od doktora.
ziektebriefje halen
Hij moet een ziektebriefje halen bij de dokter.
cms/verbs-webp/122638846.webp
nechat bez slov
Překvapení ji nechalo bez slov.
sprakeloos maken
De verrassing maakt haar sprakeloos.
cms/verbs-webp/9435922.webp
přiblížit se
Slimáci se k sobě přibližují.
dichterbij komen
De slakken komen dichter bij elkaar.
cms/verbs-webp/106787202.webp
přijít domů
Táta konečně přišel domů!
thuiskomen
Papa is eindelijk thuisgekomen!
cms/verbs-webp/81025050.webp
bojovat
Sportovci proti sobě bojují.
vechten
De atleten vechten tegen elkaar.